Joris Claes
Op de cuppa zijn halverwege twee profielranden gesoldeerd, waartussen bandwerk met een rankenmotief is gegraveerd, onderbroken door drie gegoten leeuwenkoppen met een losse ring in de muil. De cuppa is bovendien versierd met gegraveerde godrons, afgewisseld met een geteld-geld-motief, een decoratie overgenomen van Antwerpse molenbekers (vergelijk de molenbeker in de MMS-collectie, in 1615/16 vervaardigd door Joris Wijers).[1]
Direct op de cuppa is een in miniatuur uitgevoerde windmolen bevestigd. De wanden en het dak van de ‘kast’ zijn gegraveerd als zijnde van planken en dakleien. Op de trap met één leuning aan de achterzijde daalt een molenaar met een meelzak de treden af. Bovenaan staat de molenaarsvrouw in de deuropening, terwijl een derde figuur vanuit een venster aan de zijkant kijkt. Boven de deur is een wijzerplaat aangebracht; boven de gevel wappert een draaibare windvaan.
De wieken aan de voorzijde kunnen in beweging worden gebracht door te blazen op een pijpje dat bijna parallel loopt aan de trapleuning. De as van de wieken doet tevens de wijzer van de wijzerplaat draaien. Zodra de wieken tot stilstand komen, geeft deze een uurcijfer aan. Volgens de regels van een 17de-eeuws drinkspel geeft dat cijfer het aantal nog door de deelnemer uit te drinken molenbekers aan.[2]
Bijzonder is de stellage met de centrale staak waarop de molen rust. Deze bestaat niet zoals gebruikelijk bij molenbekers uit een cilindrische steuntrommel, gegraveerd als zijnde van steen en voorzien van drie sierlijke C-voluten van draadwerk. In plaats daarvan is de daadwerkelijke onderbouw van een standerdmolen geïmiteerd: een robuuste, piramidale houtconstructie rondom de centrale staak (‘standerd’). Deze bestaat uit diagonale en horizontale balken (de ‘steekbanden’ en ‘kruisplaten’). Wat ontbreekt, zijn de vier gemetselde funderingen (‘teerlingen’) eronder.
De molenbeker is een van de oudste vervaardigd in de Noordelijke Nederlanden en de oudste van Amsterdamse makelij. Dat de cuppa is versierd als een Antwerps exemplaar mag niet verbazen: Joris Claes is van Zuid-Nederlandse komaf.[3] In 2019 is de beker gerestaureerd door de Haarlemse zilversmid Daan Brouwer. Daarbij werd de verloren geraakte molenaar op de trap aangevuld door een eenzelfde figuurtje, afgegoten van een andere 17de-eeuwse molenbeker.
[1] De molenbeker was in of voor 1912 in bezit van baronesse De Vos van Steenwijk de Gelder (Elias Voet jr, Merken van Amsterdamsche goud- en zilversmeden, ‘s Gravenhage 1912, p. 20, nr 22) en bleef door vererving in deze familie tot de verwerving door de MMS in 2025.
[2] Joannes Le Francq van Berkhey, Oud Hollands vriendschap, dankbaar aan Neerlands kroost, tot Leydens troost, besloten met Utrechts eeuwschets: in Nederduitsche dichtmaat, met uitgebreide historiesche oud Hollandsche aanteekeningen, afbeeldingen van vriendschappelijke drinkbekers en zinnebeeldige titelplaat; mitsgaders een beeldnis medaillon des konings van Holland. Aan den raad en het volk van Leyden, Leiden (F. de Munnik) 1809, p. 166-167 (‘Aanteekeningen’ bij p. 49).
[3] Karel Citroen schrijft het meesterteken op basis van gelijkenis met het wapen Claes toe aan Joris Claes (K.A. Citroen, Amsterdamse zilversmeden en hun merken, Amsterdam 1975, nr 1054).
hoogte 24,5 cm (20,5 cm zonder de wieken), ø 8,3 cm
Zilver
–
1 MEESTERTEKEN tak met drie drielobbige bladeren, in ruit
2 STADSKEUR wapen Amsterdam
3 JAARLETTER R
later toegevoegd:
4 schrijfletter N in schild (lossingsteken Haarlem, 1795);
5 onbekend merk, deels afgeslagen;
tweemaal: V in gekroond schild (1814-1853; belastingteken voor vanuit het buitenland en voor in de handel terugkerende edelmetalen voor werpen (met tekens gildetijd, Koninkrijk Holland, Franse tijd); in 1816 werd het teken als gratis recense afgeslagen (V = Vreemd werk)
BR3618
Elias Voet jr, Merken van Amsterdamsche goud- en zilversmeden, ‘s Gravenhage 1912, p. 20, nr 22