MELKKAN

ca 1730 / 19de eeuw

Hermanus Wellenbergh

Delft

Van oorsprong is sprake van een gladde, balustervormige melkkan, met als enige versiering de afgevlakte hoeken met gedreven ribben boven de vier pootjes. In de 19de eeuw is dit doorsnee 18de-eeuwse model ‘opgewaardeerd’: in onbeholpen drijfwerk werden asymmetrisch bloemwerk en voluutranken toegevoegd, tevens zijn op drie zijden plastische faunenmaskers gesoldeerd. Het oor werd vervangen door een slang met vrouwenborsten. De vier pootjes bleven, maar lijken nu op bladvormige klossen te rusten, bij Engels en Iers rococozilver bekend als ‘escalop shell or palmette feet’.[1] Een dergelijke masker, van oudsher op deze plaats een renaissance­ornament, werd ten tijde van het historisme vaak toegepast op kannen, met name in Friesland. Een zilversmid als Alle de Haas (1849-1923) vervaardigde ze in tal van maten.[2] Een vergelijkbaar slangenoor – zonder de pronte borsten – werd door de Amsterdammer Theodorus Gerardus Bentvelt (1782-1853) toegepast.[3]

[1] Douglas Bennett, Irish Georgian silver, Londen 1972, afb. 10.

[2] Jean-Pierre van Rijen, ‘Nabootsingen, kopieën en falsificaties’, in: Johan R. ter Molen e.a., Fries goud en zilver, Gorredijk 2014, dl. 1, p. 162-187, afb. 158.

[3] Barend J. van Benthem, De werkmeesters Bennewitz en Bonebakker. Amsterdams grootzilver uit de eerste helft van de 19de eeuw, Zwolle 2005, p. 158. Met dank aan de heer J. Schipper, Tuk.

Afmetingen

hoogte 13 cm, breedte 11,2 cm, diepte 8,3 cm

Materiaal

Zilver

Gewicht

376,3 gram

Merken

1 MEESTERTEKEN HW in ovaal
2 STADSKEUR wapen Delft
3 GEHALTETEKEN gewestelijk wapen Holland
4 JAARLETTER gekroonde r

later toegevoegd:
N (lossingsteken Rotterdam)

ZI (sinds 1953; keur voor zilveren voorwerpen aangeboden in voltooide staat (eerste gehalte; 925/000)

Inventarisnummer

BR1615

Literatuur

Abraham L. den Blaauwen, Zilver op Sypesteyn. Een keuze uit het bezit van de Martens-Mulder-Stichting en de Van Sypesteyn-Stichting, z.p. / Nieuw-Loosdrecht 1996, nr 30;

Jean-Pierre van Rijen, Martens-Mulder Collectie. Zilver uit de 17de en 18de eeuw, z.p. 2018, p. 291, 293; afb. p. 292, cat.nr 39 (als ca 1730)

Pieter Biesboer, i.s.m. Jacob J. Roosjen, Delfts zilver. Delftse goud- en zilversmeden en hun merken 1536-1807, Zwolle 2020, p. 97 (jl.), 118 (mt.), 123 (stadsteken, maar ongekroond), 587-589 (bio, werken)