THEEPOT

ca 1880
vermoedelijk Friesland

De theepot heeft een vierkant grondvlak met afgeschuinde hoeken. De gedreven vlakken tonen een gekroonde cartouche met een blanco medaillon, geflankeerd door putti die zich presenteren als hermen. Rondom is gedreven blad- en bandwerk aangebracht waarop vier putti zitten; op een afhangende draperie is een Romeins portret weergegeven. De vlakken kennen alle eenzelfde symmetrische opbouw, óók die waarop de hoekige tuit en het houten handvat gemonteerd zijn. Ook de decoratie op de afgeschuinde hoeken en de tuit komt overeen. De verjonging naar het gewelfde deksel verloopt via een gewelfde rand en herinnert aan theebusjes als die van de Leeuwarder zilversmid Johannes van der Lely. Ook de compositie van de zijvlakken komt terug bij een theebusje van deze zilversmid (particuliere collectie; zie hieronder).[1] Op de onderzijde na is de theepot geheel verguld.

De theepot is een vervalsing, net als een nagenoeg gelijk exemplaar in het Rijksmuseum in Amsterdam, dat hetzelfde meesterteken ‘PA’ draagt.[2] Beider voorbeeld is een theepot van de hand van Gabynus van der Lely, nu in het Victoria and Albert Museum in Londen (hieronder; op een oude registratiefoto met een theebusje van Johannes van der Lely).[3] De navolgingen zijn minder van kwaliteit en eenvoudiger van opzet: een vlakker reliëf, grovere pootjes, een vierkant in plaats van een rechthoekig grondvlak, lijsten die onversierd of zelfs achterwege bleven. Het Romeins kopje onder de cartouche is bij Van der Lely en face weergegeven, maar kijkt bij de navolgingen naar rechts respectievelijk naar links. Een vierde nagenoeg gelijke theepot, gepubliceerd in een Florentijnse veilingcatalogus uit 1880, kan niet de Van der Lely-theepot zijn, die dan al negen jaar in Londen staat.[4] Anders dan bij de exemplaren van de Martens-Mulder Stichting en het Rijksmuseum is het Romeins kopje en face weergegeven, zodat het waarschijnlijk eveneens een falsificatie betreft.

 

[1] Veiling Sotheby’s Génève (The Joseph R. Ritman Collection of 16th & 17th century silver, sale GE0172), 16 mei 1995, nr 73; Marlies Stoter, Lelie in zilver. Van der Lely, meesterzilversmeden te Leeuwarden 1574-1788 (cat. Fries Museum, Leeuwarden), Leeuwarden/Zutphen 1989, nr 36.

[2] Rijksmuseum, Amsterdam, inv.nr BK-1963-63. Zonder grond opperde Den Blaauwen dat het merk ‘PA’ soms een fantasiemerk zou kunnen zijn van de tussen 1833 en 1888 in Leeuwarden werkende zilversmid Pieter Adama.

[3] Victoria and Albert Museum, Londen, inv.nr 1330:1-1871 (J.W. Frederiks, Dutch silver. IV: Embossed ecclesiastical and secular plate from the Renaissance until the end of the eighteenth century, Den Haag 1961, nr 341).

[4] Victor le Roy, Charles Mannheim, Palais de San-Donato. Catalogue des objets d’art et d’ameublement. Tableaux, dont la vente aux enchères publiques aura lieu à Florence, au Palais de San Donato, le 15 mars 1880 et les jours suivants (…), Parijs (Pillet et Dumoulin) 1880, nr 1197. Zie ook: Veiling J.M. Heberle (H. Lempertz’ Söhne) Keulen (Catalogue des objets d’art et de haute curiosité composant, la magnifique collection de monsieur Johannes Paul à Hambourg), 16-24 oktober 1882, nr 740.

 

 

Afmetingen

hoogte 15,5 cm, breedte 19,2 cm, grondvlak 8,5 x 8,5 cm

Materiaal

Deels verguld zilver

Gewicht

451 gr

Merken

1 ‘MEESTERTEKEN’ monogram PA (tweemaal)

Inventarisnummer

BR1597

Literatuur

Th.M. Duyvené De Wit-Klinkhamer, M.H. Gans, De geschiedenis van het Nederlandse zilver, Amsterdam 1965, pl. 70 (in spiegelbeeld; als: ca 1700);

Abraham L. den Blaauwen, Zilver op Sypesteyn. Een keuze uit het bezit van de Martens-Mulder-Stichting en de Van Sypesteyn-Stichting, z.p. / Nieuw-Loosdrecht 1996, nr 35 (als: na 1738);

Dorothee Cannegieter, ‘Een verdacht theepotje’, in: De Stavelij Jaarboek 2005, Bilthoven 2005, p. 117-122 (als: ca 1880);

Jean-Pierre van Rijen, Martens-Mulder Collectie. Zilver uit de 17de en 18de eeuw, z.p. 2018, p. 296, 298-299; afb. p. 282-284, 297, cat.nr 75